Procedure



De klachtenbehandeling gaat als volgt.

Een brief schrijven

U of - met uw toestemming - iemand namens u schrijft een brief aan de Klachtencommissie. In die brief vermeldt u:
  • de gebeurtenis waar u over klaagt
  • wanneer en waar de gebeurtenis plaatsvond
  • tegen wie de klacht is gericht
  • wat uw bezwaar is tegen deze gebeurtenis
Hoe duidelijker u op al deze zaken ingaat, hoe beter. Vergeet niet uw naam, de datum, uw handtekening en de afdeling waar u in behandeling bent in de brief te vermelden. Als u dit wilt, kan de patiëntenvertrouwenspersoon u helpen bij het schrijven van deze brief.

De brief versturen
De brief stuurt u naar de Klachtencommissie voor cliënten. Het adres vindt u aan het eind van dit document. De commissie bevestigt schriftelijk binnen drie werkdagen de ontvangst van uw klacht. Dient u een klacht in over een besluit dat te maken heeft met de behandeling? Dan kunt u om schorsing vragen van (het tijdelijk niet uitvoeren van) de beslissing waarover u klaagt.

Bemiddeling
De Klachtencommissie wil misschien eerst proberen de klacht op te lossen door bemiddeling. U hoeft een voorstel tot bemiddeling niet te accepteren.

Behandeling van uw klacht
Als de bemiddeling niet plaatsvindt of niet tot een oplossing leidt, verloopt
de verdere procedure zo:

  1. De medewerker waartegen de klacht gericht is, wordt gevraagd om een reactie.
  2. De klachtencommissie zal u beiden uitnodigen voor een hoorzitting. U kunt vragen of de klachtencommissie u apart wil horen. Voor zo’n gesprek mag u iemand meenemen. Bijvoorbeeld een familielid of de patiëntenvertrouwenspersoon. Ook de medewerker mag zich door iemand laten bijstaan.
Uitspraak
Binnen vier weken (binnen twee weken bij een BOPZ-klacht) na ontvangst van uw klacht, doet de commissie een uitspraak. Daarvan ontvangt u schriftelijk bericht. De betrokken medewerker of afdeling en de geneesheer-directeur krijgen de uitspraak eveneens toegezonden. In BOPZ-zaken krijgt ook de Inspecteur voor de Gezondheidszorg een afschrift.

Er zijn drie mogelijkheden. De commissie verklaart uw klacht:
  • gegrond (de commissie geeft u gelijk)
  • gedeeltelijk gegrond (u krijgt op sommige punten wel gelijk maar op andere niet)
  • ongegrond (de commissie geeft u niet gelijk)
De Klachtencommissie kan op eigen initiatief de raad van bestuur van de instelling aanbevelen om maatregelen te nemen. Deze maatregelen hebben als doel dit soort klachten in de toekomst te voorkomen.

In beroep
Tegen de uitspraak van de Klachtencommissie op grond van de Wet Klachtrecht cliëntenzorg kunt u niet in beroep gaan. Tegen een uitspraak naar aanleiding van een BOPZ-klacht kunt u wel in beroep gaan bij de rechtbank. Dit kan als de Klachtencommissie uw klacht ongegrond of gedeeltelijk ongegrond heeft verklaard. Met behulp van een advocaat kunt u beroep bij de rechter indienen. U kunt zo nodig een verzoek indienen voor gratis bijstand. Als uw beroep ontvankelijk is, houdt de rechter een hoorzitting, waarvoor u, uw advocaat en medewerkers van de instelling worden uitgenodigd.

De rechter doet binnen vier weken een uitspraak. Tegen deze beslissing kunt u geen hoger beroep instellen.